Een nazomerzonnetje, uitzicht op parochiekerk De Goede Herder. Jan en Sjaak op hun praatbankje en zoals altijd zichzelf wijsmakend dat er na je pensionering maar weinig is om je druk over te maken.
Gisteravond, luister Sjaak, ‘k was weer zo onrustig. Zitten staren in de krant, niets gelezen, koffie gedronken die niet smaakte. Zo’n onrust. En het duurt nu al zo lang.
Onrust? Niet op je gemak? Heb je je AOW nog niet gehad? Waar heb jij het in hemelsnaam over, Jan?
Pure onrust in m’n lijf. Wat kan ik doen? Ons mam had het altijd over d’r ziel als ze zenuwachtig of onrustig was. Kwijtgeraakt. Kan zoiets?
Onrust? Een ziel? Nou moet je eens effe luisteren. M’n huis stond drie jaar geleden nog op het spel, de opleiding van Anita dreigde te duur te worden. M’n auto misschien de deur uit? Weet je nog? Dat was onrust en jij hebt het over je ziel? Geen geld, geen werk. Heel aards. Toen ik van de ene dag op de andere dag werd ontslagen bij Van Erp. Na tweeëndertig jaar. Een briefje in de bus en dat was het dan. Bedankt en tot ziens. Met die ziel van je.
Maar Sjaak, er is jarenlang aan mijn zieltje gewerkt. Door alleman en iedereen. Op de lagere school bij de fraters, op de MULO, thuis… niet fanatiek trouwens. Elke dag een wijwaterkruisje voor het slapen, een eerste en plechtige communie, biechten en bidden. M’n leven was er vol van. Niks onrust, niks kwijtgeraakt.
Tja Jan, je moet iets hebben gehad om het te kunnen missen.
Missen? Gehad? Ik was vorige week bij een begrafenismis. Een oudere vrouw, eind tachtig, een mooi en goed leven gehad, met een flinke kinderschare en tot op het eind zelfstandig gewoond. Ik pakte het misboekje en het eerste wat ik las was ‘schuldbelijdenis’. Een schuldbelijdenis bij het einde van zo’n mooi leven.
Dood en een schuldbelijdenis? Het lijken wel protestanten, gniffelde Sjaak. Geen wonder dat jullie emancipatie zo lang duurde. En dat dan ook nog met ene Schaepman als leidsman. Een schaap dat de kudde leidt. Dan roep je het toch wel een beetje over jezelf af. En nou ook nog je ziel kwijt. Er komt geen einde aan Roomse ellende.
Jan keek ontdaan hemelwaarts. Ik wil me niet aanstellen, Sjaak. Ik weet ook wel dat nostalgie geen strategie is. Maar die onrust is er wel. Ik kan niet meer naar het journaal of die praattafels kijken. Zoveel onzin. Geeft me alleen nog maar meer onrust.
Dat snap ik. Die ongezouten lobby’s voor alles en iedereen. Die ‘kijk mij eens’ taferelen. Die BN’ers. Gerard Joling, ondertussen z’n Toppers promotend, over politiek en z’n eigen collega’s. Roddel! Uitzetten Jan. Uitzetten Jan.
Ik wil niet zaniken Sjaak. Maar er effe over praten helpt al. Ik wil van die onrust af. Ik moet weer op mezelf kunnen rekenen. M’n eigen kompasje. Gewoon m’n eigen neus weer achterna.
Snap ik. Maar ik ga er niet aan beginnen. Ik heb en ben het probleem niet. Niet van mij, niet bij mij. Ze zoeken het maar uit. Ik blijf erbij; ben met pensioen, het is nu aan de anderen.

Geef een reactie