Gerrit

“Hij wilde alleen maar afstand houden op een dorpsbankje in Herpen. Tot vreemdeling Gerrit naast hem ging zitten en een geheim deelde dat een alledaagse middag in één klap voorgoed veranderde. “

Gerrit 

​Mijn dagelijkse leven werd erdoor aangetast. Was in geen twee maanden in een winkel geweest, zie nauwelijks mensen, ook familie en vrienden niet. Gisteren voor het eerst weer eens met m’n in de Achterhoek wonende vriend een fietstocht gemaakt. Maar er was geen koffie, laat staan een appelpunt. Gelukkig miste ik de slagroom niet. Die neem ik nooit. Voor de rest ben ik bezig met de telefoon om wat contacten overeind te houden en de broodnodige reacties te krijgen op wat er zich zoal in mijn hoofd afspeelt.

​Omdat we, m’n vrouw en ik, houden van lekker fruit en groenten, reizen wij onze groenteboer nu na. Herpen. Dat wil zeggen: mijn vrouw. Ik rij en kom niet bij de kraam. Ben een risicodrager. Dus afstand houden, en het bankje aan het plein is een perfecte plek voor mij in deze tijd van het jaar. Soms lees ik wat, soms staar ik wat voor me uit en soms maak ik een praatje. Vandaag maakte ik een praatje.

​Gerrit kwam naast me zitten. Ik vond dat niet fijn en had me in het midden van het bankje geposteerd, zodat anderen wel twee keer zouden nadenken om erbij te komen zitten. 

Maar Gerrit, al op leeftijd, trok zich daar niet veel van aan. Hij vroeg of hij erbij kon komen zitten. Ik, enigszins knorrig en zuinig: ‘Dat kan,’ en schoof naar het puntje van de bank. ​‘Een beetje buiten adem. Ik ben niet meer bang. ‘Ik ben immuun,’ was de opening van het gesprek. ‘Ik heb zeven weken in het ziekenhuis gelegen. Aan het begin van al dit Corona gedoe. Eerst in Uden en na twee dagen naar Tiel. Beddentekort. Was ik, achteraf, wel blij om. Zoveel ellende om je heen. In totaal 7 weken. Da’s lang. Zeker omdat je helemaal alleen ligt. Goede zorg hoor. Maar alleen. Ik hoefde gelukkig uiteindelijk niet naar de IC en heb het met een aantal dagen zuurstof gered. Wel wat kilo’s kwijt en m’n conditie is naadje pet. En zie dat maar eens terug te krijgen op mijn leeftijd. Dat gaat niet meevallen.

​Ze hebben het eerst stil voor me gehouden. Wat is er gebeurd? We hadden een vijftigjarige bruiloft van mijn middelste broer. Mooi feestje. Dus dat was mooi. Maar daar is het gebeurd. De besmetting. Met zijn twaalven. Uiteindelijk zijn er drie in het ziekenhuis terechtgekomen. Mijn twee broers en ik. Zij zijn alle twee op dezelfde dag gestorven en op dezelfde dag begraven. Ik wist van niks. Ze hebben me het verteld op weg van Tiel naar huis. En nu? Tja, ’k weet ’t ook niet! Ik leef nu alleen voor het verdriet over mijn broers. Zo voelt dat en zo vind ik het ook. Ik leef om over hen te treuren. Heb ik geen conditie voor nodig.’

​‘Tja, je moet door!’

​De onnozele die ik was en ben.

Plaats een reactie